Zorgcentrum Looiwinkel

Betrokkenheid van medewerkers

Je wil natuurlijk dat jouw ouder(s) het leven dat ze leefden, zo goed mogelijk kunnen voortzetten. Dat willen wij ook. Daarom willen we hen zo goed mogelijk leren kennen. Wat is hun levensverhaal? Wat zijn hun passies, hobby’s, opvattingen, overtuigingen? Waar hebben ze een hekel aan? Zijn het ochtend- of avondmensen? Dat zijn vragen waar we, met jouw hulp als familielid, antwoord op proberen te krijgen om onze zorg zo persoonlijk mogelijk te maken.

Onze medewerkers kijken niet voortdurend op de klok. Er staat geen maximumtijd voor bijvoorbeeld douchen of wondverzorging. We zetten desgewenst een extra medewerker in om adequaat tegemoet te komen aan de wensen en zorgbehoeften van onze bewoners. Samen met de cliënt, diens familie en huisarts brengen we in kaart welke zorg nodig is. Die zorg gaan we vervolgens faciliteren. Niet omgedraaid. Het is immers van het grootste belang dat cliënten de regie over hun leven houden.

De betrokkenheid van onze medewerkers blijkt ook uit het verhaal van eerste verantwoordelijk verzorgende (evv) Debby van Kooten over wat zij meemaakte na de eerste coronabesmetting. “Als de eerste positieve test terugkomt, moet ik even slikken. Uit voorzorg wordt de rest van de bewoners ook nog getest. Op mijn eerste vakantiedag hoor ik dat ook daar een aantal positieve testen van terug zijn gekomen. Mijn collega vraagt nog of zij de eerste contactpersonen van ‘mijn’ bewoners moet bellen, maar daar voel ik mij zelf verantwoordelijk voor. Ik heb nog van alles geregeld in mijn vakantie, maar dat vond ik helemaal niet erg.”

Een andere verzorgende, Samantha de Vries, vertelt hoe het contact tussen één van de bewoners en haar familie werd geregeld in coronatijd: “Familie had een ladder meegenomen. Mevrouw lag met het bed langs het raam. Om de beurt klommen de kinderen via de ladder omhoog om hun moeder even te zien. De kinderen die beneden stonden hadden een spandoek meegenomen met de tekst: ‘Mam, we houden van je!’ Mevrouw was zichtbaar aangedaan en dankbaar dat haar kinderen zoveel moeite hadden gedaan om haar nog even te zien. En mij raakte het ook. De kinderen kwamen helemaal uit het noorden naar het zuiden om hun moeder nog even te kunnen zien vanachter het raam.”